Subsidies voor PVT-panelen voor bedrijven: SDE++, ISDE en EIA
Subsidies voor PVT-panelen voor bedrijven: SDE++, ISDE en EIA
Bedrijven die willen investeren in PVT-panelen kunnen bij meerdere subsidieregelingen terecht, maar de keuze is niet eenvoudig. De drie belangrijkste regelingen (SDE++, ISDE en EIA) werken elk anders, gelden niet altijd voor hetzelfde type investering en zijn vaak niet combineerbaar. Wie er zonder voorbereiding instapt, loopt snel mis. Voor subsidie PVT-panelen bedrijven is het zaak vooraf te weten welke regeling bij welke situatie past.
PVT-panelen leveren stroom én warmte uit één installatie die twee panelen combineert. Die dubbele functie maakt ze interessant voor meerdere regelingen tegelijk, maar stelt ook aanvullende eisen. De warmte is vooral geschikt als bron voor een warmtepomp.

ISDE, SDE++ en EIA: de drie regelingen uitgelegd
ISDE
De ISDE is een subsidieregeling van RVO voor bedrijven die investeren in duurzame energie-installaties. Zakelijke gebruikers komen in aanmerking voor subsidie op een warmtepomp, een zonneboiler of een kleinschalige windturbine.
PVT-panelen vallen deels in de categorie zonnecollector. Of een specifiek paneel subsidiabel is, hangt af van de meldcodelijst van RVO: het product moet daarop als erkend staan. De thermische component kan in aanmerking komen als zonneboiler-equivalent, maar dit vereist productspecifieke verificatie bij RVO. Twee stappen zijn relevant:
- Check de meldcodelijst: alleen producten op de erkende lijst van RVO zijn subsidiabel.
- Beoordeel de thermische capaciteit: de warmteopbrengst bepaalt mede de hoogte van het subsidiebedrag.
De ISDE staat open voor bedrijven, overheden, verenigingen en andere zakelijke gebruikers, tot en met 31 december 2030.
SDE++
Waar de ISDE de investering subsidieert, vergoedt de SDE++ de productie. De SDE++ werkt als een veilingsysteem: aanvragers geven aan hoeveel subsidie zij nodig hebben voor een rendabel project, uitgedrukt in eurocent per kWh. De goedkoopste technieken worden als eerste gehonoreerd.
Voor bedrijven met PVT-panelen is de categorie zon-PVT met warmtepomp relevant: CO2-arme warmte uit een zonthermiesysteem, verder verhoogd met een warmtepomp. Reguliere onafgedekte zonnecollectoren komen niet in aanmerking. Verder gelden deze eisen:
- Minimaal thermisch vermogen: kleinere systemen vallen buiten de regeling.
- Koppeling met warmtepomp: een losstaand PVT-systeem zonder warmtepomp kwalificeert niet.
- Zakelijke aanvrager via RVO: aanvragen lopen binnen een vaste openstellingsronde.
EIA
De EIA is geen subsidie, maar een fiscale aftrekregeling, en is goed te combineren met de SDE++ en de ISDE. Met de EIA trek je 40% van de investeringskosten af van je fiscale winst. Bij een investering van €50.000 in PVT-panelen daalt de belastbare winst met €20.000, wat neerkomt op een netto belastingbesparing van ruwweg €4.000 tot €7.000. Voorwaarden:
- Minimuminvestering: minimaal €2.500 per bedrijfsmiddel.
- Nieuw bedrijfsmiddel: het mag niet eerder gebruikt zijn.
- Energielijst: het bedrijfsmiddel moet op de jaarlijkse Energielijst van RVO staan.
PVT-panelen staan op de Energielijst. De aanvraag moet binnen drie maanden na de investeringsdatum worden ingediend.
DUMAVA: voor maatschappelijk vastgoed
Sporthallen, zwembaden, zorginstellingen en andere maatschappelijke gebouwen hebben hun eigen subsidiekanaal: de DUMAVA. De regeling vergoedt bij 1, 2 of 3 maatregelen 20% van de kosten. PVT-panelen tellen tegelijk als stroom- en warmtemaatregel, waardoor je meerdere verduurzamingsstappen in één investering combineert.
Belangrijk: de DUMAVA mag gecombineerd worden met niet-rijkssubsidies, zoals gemeentelijke regelingen. De regeling wordt jaarlijks opengesteld tot en met 2030.
Welke regeling past het best?
Welke regeling het beste past, hangt af van het type installatie, de rechtsvorm, het gebouw en de investeringsomvang. SDE++, ISDE, EIA en DUMAVA kennen elk hun eigen spelregels en zijn bovendien meestal niet onderling combineerbaar.
De dubbele output van PVT-panelen (stroom én warmte) opent meerdere subsidiedoorgangen tegelijk, maar welke het verstandigst is, verschilt per situatie. Een zwembad met een verwarmingsvraag kijkt anders naar de regelingen dan een projectontwikkelaar die zijn BENG-norm wil halen. De juiste combinatie bepaalt direct hoeveel van de investering je terugverdient.

